SINGELINGEN ROND HET ONTASTBARE

 

 

 

Het was weer met veel plezier op ontdekking te gaan in het [by’ro] te Oudenaarde – intussen een welbekende plek die toch weer zijn aantrekkingskracht uitoefent: een referentie naar de vorige tentoonstelling die dan op de achtervolgende invloed heeft: zoals in het leven zijn de dingen, ook zonder gekend te zijn, verbonden... De creatieve geest help bij een benadering die niet altijd rekenkundig te identificeren is...

Zo ongeveer zie ik het werk van Leen Vandierendonck... Vertrekkend van wetenschappelijke modellen, zet ze deze gelijktijdig op een helling in een bad van donker materie... netjes uitgewerkte twijfel, scherp afgelijnd tegen het onkenbare, veronderstelde, aangevoelde... zwevend in een bodemloos universum verankerd aan schoolbank of ezel.

Al bij de eerste insteek komt ‘vanalles’ boven – toeval wellicht had mij recentelijk in teksten en referenties van ene Amalia Pica laten verdiepen die vertrekt uit het feit dat de verzamelingenleer in de tijd van de Argentijnse Junta verboden was... wat zij dan juist als aantrekkelijk vertrekpunt gebruikte... Ook hier staat de verzamelingenleer in de vorm van een ‘carnet d’étude’ vooraan de reis in het ongewisse... De gedachten worden herhaaldelijk opengeklapt: al beneden alvorens het stijgen van de trap zijn er ruimtelijke modellen te zien: fiches donkerheid en modeldoos met variabele plooivorm: onze gedachten zijn eerder variabel, ook al proberen wij deze in schema en ordening vaste plaatsen te geven. Maar onze plaatsen zijn niet vast, laat staan geordend. 

 

Ook was ik aangenaam ons oude bekende Kelvin en Poincaré terug te vinden – ooit speelde ik met des vierkantig-puntens ideeën in de ruimte niet ver de Schelde op in Doornik... Kelvin’s ‘donkere lichamen’ werden bij hem “matière obscure” en daarmee mysterieuzer... Hier ook is die vertegenwoordiging een glansloze charbonnage-verf, een donkerte die het oog inzuigt en niet meer lost. Op verschillende manieren komt het in vlakken en ruimten, interieur van geëxplodeerde dozen, systematisch als alfabet opgerijd, of een falanx frietbakken, bodemloos verankerd... alweer, en boven de deur als icoon wijzend naar... hemel, heelal, wie zou het weten.

Deze verschijningen zetten zich af tegen de wederkerende vlakken met welke de vermeende ruimten worden gedeeld: zij zijn object en subject van onze onderzoekingen in klaslokaal, bureau, atelier & laboratorium... zij verwisselen zich met andere materialen die congruent worden uitgesneden en vervangen, ze houden de tussenruimte vast, tussen verdiepingen en perspectieven, explosies, extrapolaties en golvende zeeën van herhaaldelijk lege vlakken... of niet? Goud-schimmerende reflecties van uitgespaarde posities hangen als ‘gegenstandslos’ in de kleur, aardige aardekleur die net als het diep oeverloos zwart herhaaldelijk opduikt en die wel een relatie heeft met de menselijke gestalte... Wittgenstein komt even om (in) de hoek kijken, wat helpt bij het zoeken naar een uitgang van deze filosofische fles... maar uit de doos kruipen moeten wij zelf... 

Leen Vandierendonk geeft ons juist genoeg informatie en vergelijkingen om zelf conclusies te trekken zonder dat deze elkaar vernietigen – mutually applicable. Het was Zwicky die ontdekte dat de spiraalbeweging van de sterrenstelsels sneller waren dan verwacht en dat er meer donkere materie moest zijn dan verlichte... Zo ook wij, in onze maalstroom van onwetendheid, maar toch in staat terug naar de parkeerplaats en de autosleutels te vinden... ook al waren wij heel eventjes weg van dit alles in een eigen universum.

Knap. 

Chris Straetling voor Gruzebureau, november 2018

 

© 2019, all rights reserved, Leen Vandierendonck, Visual Artist