Scènes van mogelijke verbindingen

Els Wuyts - september 2021

Leen Vandierendonck

 

"From the age of six I had a mania for drawing the shapes of things. When I was fifty I had published a universe of designs. but all I have done before the age of seventy is not worth bothering with. At seventy five I'll have learned something of the pattern of nature, of animals, of plants, of trees, birds, fish and insects. When I am eighty you will see real progress. At ninety I shall have cut my way deeply into the mystery of life itself. At a hundred I shall be a marvelous artist. At a hundred and ten, everything I do - be it but a line or a dot - will possess a life of its own. May Heaven, that grants long life, give me the chance to prove that this is no lie.”


Katsushika Hokusai (1760-1849), kortweg Hokusai genoemd, was een Japanse prentkunstenaar en werd vooral bekend door de houtsnede-serie van zesendertig vergezichten van de berg Fuji, waaronder de iconische prent De grote golf bij Kanagawa. En als hij vanaf zijn tachtigste echte vooruitgang zag in zijn artistieke praktijk, op zijn negentigste het mysterie van het leven zelf beter onder de knie zou hebben om op zijn honderdste verjaardag een wonderbaarlijk kunstenaar te zijn, lijkt hij met dit citaat te pleiten voor tijd. Met een zekere bescheidenheid, maar vooral met een verlangen naar meer tijd om te kunnen groeien in leven en werk, ontplooit zich een vloeiende gedachtengang met zin voor vooruitzicht en perspectief. Tijd als een ruimte aan mogelijkheden.

 

In zijn inkttekening, Man throwing a pile of papers in the air, meer gekend onder de titel The Mad Poet, lijkt hij het proces van bedenken, creëren, beginnen en vaker nog herbeginnen in één beweging te ordenen. Met een voet op de grond en de blik gericht op de hemel, dansen zijn handen rond zwevende blaadjes papier die als vliegende tapijten horizontale laagjes in de lucht beklemtonen. De witte bladen zijn nog onbeschreven en omringd door punten, lijntjes en sterretjes als in mogelijke sferische gebieden rond de aarde. De dichter is evenwel niet gek, integendeel, de dichter lijkt een doorgeefluik te zijn tussen die denkbeeldige schillen en velden. De kunstenaar lijkt te circuleren tussen alle leven, tussen stoffen en elementen, tussen mechanismen en systemen.

 

Bij Leen Vandierendonck (1971-…) lijkt zich een gelijkaardig proces te ontwikkelen, reikend naar toekomstige mogelijkheden, transformeert ze haar kennis van de wereld naar een eigen taal. Van jongsaf beweegt ze actief in haar omgeving, observeert hoe mensen de wereld ervaren, hoe prikkels vorm krijgen en waar het wankele gebied ligt tussen verbinden en loslaten. Ze organiseert als het ware hoe pogingen tot interacties tuimelen tussen domineren of stimuleren, tussen het eigene en het andere, tussen voelen, denken en maken. En uiteraard is haar visie niet letterlijk en vaststaand, maar vlietend en vrij.

 

“Het werk van Leen Vandierendonck is een impulsieve interpretatie van bestaande vooropgelegde structuren en verkent hoe we daarbinnen een persoonlijk en menselijke omgeving kunnen creëren.”

 

Soms moet je met een wit blad beginnen om tot inzichten te komen: een leeg blad als deel van een stapel, in een cirkel op de grond of op een bord aan de wand geprikt, is als een uitnodiging. Het is een blanco moment, een startpunt om van nul te kunnen beginnen en van daaruit iets nieuws te creëren. Het is evenwel ook een gelegenheid om oude kennis of bestaande ervaringen te negeren, meer nog, te wissen. En dat gebeurt vaak, wanneer nieuwe bazen aan het roer komen van een bedrijf of nieuwe partijen pretentieus een andere aanpak uitschreeuwen. De idee om alles te willen veranderen wat was, houdt geen rekening met bestaande structuren of opgebouwde systemen. Het lijkt dan wel of het nieuwe enkel kan bestaan als het oude naar het archief wordt gestuurd en niet meer van toepassing is. Tijdens het organiseren van een nieuwe wind, wordt de sleutel bij een nieuwe generatie gelegd. Bijeenkomsten worden ingepland, vergaderingen anders aangepakt, de cirkel gesloten.

 

Leen Vandierendonck ziet het allemaal gebeuren. Ze kijkt naar dit specifieke fenomeen van verandering met de blik van een toegewijde toeschouwer. Ze verzamelt elementen van die processen en brengt op haar eigen manier een beeldend verhaal om dergelijke herkenbare fenomenen bespreekbaar te maken. Niet als een wetenschapper, of een criticaster, maar als kunstenaar.

 

“Onderzoek naar aanleiding van het dilemma van de handleiding tijdens organisatorische verwikkelingen: de mens kan omgaan met vrijheid en handelt daarbij volgens een van nature aanwezige ethiek.”

 

Ze nodigt uit om deel te nemen aan een onderzoek, waarin langs de ene kant een maatschappij wordt getoond waar rigide structuren op voorhand zijn opgesteld zodat burgers zo foutloos mogelijk door het leven kunnen gaan. Een systeem dat vertrekt van de idee dat de mens niet in staat is om om te gaan met zijn vrijheid, maar leiding en sturing nodig heeft. Langs de andere kant, wijst ze op de mogelijkheid van elk individu om vanuit eigen persoonlijke noden en andere ervaringen tot structuren te komen die flexibeler zijn. Ze vertrekt vanuit de stelling dat elke mens wel degelijk kan omgaan met vrijheid en handelt volgens een van nature aanwezige ethiek. In dit poëtisch experiment wordt de premisse van organiseren niet tenietgedaan, maar wordt het omarmd en herordend. Leen Vandierendonck zet lijnen uit waarin verzamelingen niet uitsluiten maar insluiten en visualiseert vormen van vergaderingen waarin leidraden en ordeningen, kansen en potenties worden. In zekere zin is het een poëtisch antwoord op structuren die toch die vloeiendheid kunnen hebben en het organische kunnen behouden, met voldoende ruimte voor verantwoordelijkheden, afwijkingen of ontsporingen. Naief misschien, maar vooral moedig.

 

Ze vertrekt vanuit haar eigen blik, haar persoonlijkheid waarbij ze als autonome maker een werkelijke inhoud op een eenvoudige manier verbeeldt. Er komt geen mens aan te pas, maar het menselijke is des te meer aanwezig. Ze legt verbindingen in stapels met grondplannen, historische citaten of bestaande archieven. Ze toont patronen met numerieke herhalingen (7.1) of abstracte tekeningen. Ze laat houtskool vloeien en zwarte inkt stromen op fragiele papieren, telramen of schommels met labels, codes en grids. Ze bedenkt modulaire scènes, gelaagde werelden en ongekende terreinen waar houvast kan gedijen maar ook kwetsbaarheid. Leen Vandierendonck vertrekt vanuit haar eigen bronnen, verzamelt, plooit en ordent gedachten en gevoelens. Haar tactiele composities zijn een genereuze uitnodiging tot dialoog en ontdekking. Hoe we elkaar ontmoeten en waarom dat belangrijk blijft, met een verlangen naar vooruitzichten en dromen.

 

 

Jermaine Fowler, Katsushika Hokusai: The Mad Painter, https://www.thehumanityarchive.com/history/katsushika-hokusai

Goele Maes, Portfolio, 2020, versie 3

Leen Vandierendonck, experiment in Diskmuide naar aanleiding van tentoonstelling …

2

1

3

1

2

3

Chris Straetling, Buro Gruzemayer - 2020

 

Having come across the work of Vandierendonck a few times, it has always intrigued me – how she manages to translate large monolithic conceptions in reduced, paper-based form that is simultaneously anonymous and intimate... Having as a young man been reminded by Robert Filliou that the map is not the territory, this simple fact had undermined my convictions and has been the base for investigations ever since... Having a penchant for map rooms and the like, following the various trains of thought on how to project our world on a coherent plane - the plotting table has been a central piece in any consideration attempting to transpose neatly concepts living in different dimensions...

 

Conceived during the battle of Britain, when the massive use of air power had completely changed this aspect of conflict – until then aerial weaponry had been a quaint and experimental affair, with daring do chivalrous met in their flying machines duelling on a one-to-one basis – now it had become a systematic and massive application of squadrons of young professionals... but still the difficult transposition of numbered blocks being shoved around a linear grid by young women connected by wires to command units across the country was in effect an very abstract way to deal with what for that time was quite an abstract problem: how to illustrate effectively a chaotic and unpredictable situation in real time and in the third dimension in a manner that can be read by pencil pushing officers having to call the shots...

 

Wondering whether my cat, sitting quietly looking out into the garden, would arrange mentally this concept of a dogfight over the English Channel in the same manner – or perhaps as a cohort or fleet of wrapped brick-like concepts, arranged in the same direction – of a swarm perhaps – difficult to fathom my own cat, let alone Schrödinger's... Fishing in a pool of potentialities thinking that there must be a quantum of fish hiding there... (while my cat would not be too excited unless observing a fish, Schrödinger’s might be, alternatingly...)  and speaking of potentialities, another of Vandierendonck's works speaks to me directly: 'The Great Escape' in which artists collected in administrative officialdom are scrunched into a mental shredder – in fact there is a traffic jam into oblivion, as the endless page is turned into a harmonica-object, reminding one of those defunct fax machines chewing up the only copy of some essential tract... Having myself made works with bales of shredded documents from office buildings and keeping in my mind's eye the blizzard of a ticker-tape parade in which essential information becomes just so much confetti in a matter of minutes.

 

Fully Absorbed potential then takes me back to two instances: one of my own considerations at a time before digitisation – in the realm of what was called 'Apparative Kunst' whereby a wave of potentiality is jettisoned against a wall of probability – and on the other the work of Ellie Vossen (1948-1998), with her absorbent tissue-works, in various stages, processes of natural integration and appropriation – in many ways also physically similar with the use of ink and paper... in Vandierendonck's case draped as members over various bars – barriers preventing them from succumbing to the force of gravity – sometimes turned 90° - members melting like Dali's timepieces or various other semi-fluid plasmatic references one might make... these are arrested members, appearing in various states of organization, confluence, interaction – their nature become multifarious, at the same time recognizable while obstinately mysterious; seemingly fragments in time of a longer series of events, identities, occurrences, imbued with the colour of whatever influence was apparent at the time – memories, not only of themselves but their origins, as confluence of various elements, partially thereof partially unique and new combinations – with the historic emerging out of the darkness through the use of defunct letters, texts, writings discarded and/or disregarded – again, simultaneously the potential of e new edition 'Das Organ' of a movement and then the dilapidated rejects of a bankrupt bookstore...

 

Original texts are partially gessoed out or drowned in darkness, but often retained, in full or translucent form, selectively and essentially present without divulging their full meaning – more of an extended presence supporting but not interfering with the meanings presented by the work – a precarious balance of being intrigued by the former life of the material while attempting to fathom the present composition or juxtaposition with found materials and surroundings – office or baroque, mysteriously systematically draped members – as well as the shadows of their former selves, returned, turned and sometimes frozen – or confluxing with conceptual packages in their fleeting arrangements: arrangements that make me think of a recent study of cemeteries at both ends of the HS2 line: before excavation brought into view by modern sonar equipment and visualization software in which especially the less affluent parts of the burial ground denoted a cloud of coffins- sometimes even interconnecting or intermingling over the centuries unseen of course by the naked eye but nonetheless present under actual modernity... Ode to the Righteous or just members intermingling (interlacing) - who is to say?

 

 

 

Notes

 

Map not being the territory: R. Filliou “La carte n’est pas le territoire’ http://ensembles.mhka.be/items/la-carte-n-est-pas-le-territoire-with-daniel-spoerri

 

Plotting table – although originally a naval conception best known for the versions created at the beginning of the second world war to coordinate air-operations (such as Uxbridge 1939)

https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Britain_Bunker

 

 

'Schrödinger's Cat' https://en.wikipedia.org/wiki/Schr%C3%B6dinger%27s_cat

 

'Apparative Kunst: vom Kaleidoscop zum Computer' G. Jäger & H; Franke, Dumont 1973

“Der Anlauf eines Wellenpaketes an einem Potentialwalls”

 

Ellie Vossen – especially the later tissue & ink works, (I love paper because it sucks) less the textile sculptures - http://citythoughts.org/award/ellie_vossen/RvdLinden.htm

 

Conflux – neologism, here ref: https://en.wikipedia.org/wiki/Psy-Geo-Conflux

 

Excavation of HS2 cemeteries - https://www.bbc.com/news/uk-england-birmingham-49757411

TAC6-cover-final-scaled.jpg

Leen Vandierendonck, een ode aan wat niet uitgedrukt wordt

THE ART COUCH #6

Annelies Vanbelle - 2020

 

Ritme en beweging, slagorde en stroom: het werk van Leen Vandierendonck meandert tussen grilligheid en gewilligheid. Ze creëert intuïtieve puzzels, die vorm geven aan het onuitspreekbare. Composities en connecties die twijfelen tussen rigiditeit en spontaneïteit. Een zachte rebellie van vlakken, torentjes en balkjes, die enerzijds smachten naar een cadans, maar anderzijds ook verlangen naar uitbreken.

 

Leen Vandierendonck kreeg een opleiding als interieurarchitect. Hieruit vloeide haar aanvankelijke voorliefde voort voor vlakken, voor strakke structuren, voor systematiek en organisatie. Om los te breken leerde ze zichzelf schilderen. Portretten in olieverf, waarbij ze het perspectief steeds wat verschoof, vervormde, verlegde. Een boeiend onderzoek, maar ze stootte ook op een beperking – het leek een proces dat eindig was, dat nooit helemaal voldoening zou schenken.

 

Dat gebeurde pas wanneer haar hoogsteigen taal zich aandiende. Een alfabet met vloeipapier, gedrenkt in blauwe inkt. Telkens anders, soms helemaal gesatureerd, soms zacht vervloeiend in een dégradé. Wat hier geabsorbeerd wordt is het onzegbare, alles wat taal ontstijgt. Leen Vandierendonck tracht het toch vast te grijpen, tast met haar werk naar tussenruimtes – naar wat de dingen verbindt maar onzichtbaar is. Als een plotse vlek, die welkom is omdat hij alles bevat wat niet in woorden kan worden gevat.

 

Stilaan rees het besef dat elk van die letters, van die papieren onderdeeltjes, zoekt naar een eigen identiteit. Dat niets recht en slaafs in de pas liep, maar uitliep, vrijheid zocht, stroomde, soms tegen de stroom in. De vlakken en grafische vormen werden ontplooid en bezield, werden individuen, met elk hun eigenheid, waarvan ze herhaaldelijk een reeks portretten maakte. In een maatschappij die bestaat uit rechthoeken – huizen, auto’s, televisies, telefoons, enzovoort – tracht Leen Vandierendonck menselijkheid te geven aan het vlak. Iets fragiels en organisch toe te voegen – de stratigrafie van kleurlagen, als symbool voor de gelaagdheid van een persoonlijkheid, de dynamische ziel van een gezelschap.

 

Subtiel spel

 

Groepspsychologie sloop eerst sluimerend haar artistieke taal binnen, daarna meer aan de oppervlakte en bewust. Een schilderen en vouwen dat tracht te streven naar eenvormigheid maar eigenlijk telkens faalt, want handen zijn menselijk, papier is wispelturig en inkt is rebels. In diverse sculpturen en installaties toont ze dat weerbarstige van de menselijke aard, dat zich verzet tegen dwingelandij en regelneverij. Maar natuurlijk zijn de werken ook puur esthetisch en vormelijk van een interessante kwaliteit – de inhoudelijke achtergrond is een surplus, een extra laag voor wie een verhaal verlangt.

 

Zelden is Leen Vandierendonck apert rebels of sloganesk. Ze speelt het spel steeds subtiel. Het dichtst komt ze bij een activisme met haar spandoeken, waarin ofwel met zwarte inkt doordrenkt vloeipapier wappert, of oude vergeelde bladzijden uit een boek – non-materialen waar ze van houdt. Geen element is gelijk, het is diversiteit troef, en toch worden ze bijeengehouden door eenzelfde structuur.

 

Het werk Member Maker bestaat uit een gedemonteerde en gerecreëerde kantoordesk, symboliek voor een afstompende bureaucratie. Het herbergt grote lappen vloeipapier, die op diverse manieren in de plooi worden gehouden. Wat grotendeels mislukt. Vrij wapperende witte wimpels signaleren wat in de installatie ernaast verloren ging: het enorme potentieel, verbeeld door het zwartste zwart van de vlakken met volkomen opgeslorpte inkt. Wat verder rust Origin of Members, de witte, ruwe materie waaruit alles is ontstaan, het object van oorsprong, als een onbeschreven blad.

 

Intuïtief begrijpen

 

Een andere installatie, waarin pagina’s uit oude nummers van Openbaar Kunstbezit Vlaanderen wild hun weg zoeken doorheen een stringente metalen sculptuur, is een lofzang aan het niet organiseren van de kunst, maar refereert evengoed aan de ontsnappingsdrang die is ingebed in de menselijke natuur. Is Leen Vandierendonck een bedekte vrijheidsstrijder, die met haar opkrullende, tegenspartelende materialen stilzwijgend zegt wat ze zelf verlangt?

 

Ook in haar tekeningen zien we de mooi afgelijnde grafische vormen steeds meer zoeken naar glooiende lijnen, tot ze fladderende vlaggen worden, of zelfs slingerende stroompjes. Waar ze voorheen voor blauw koos, glipt nu bloedrood binnen in haar werk. Een kleur die ons direct raakt in emotionele lagen, sensibiliteit stimuleert, tactiliteit suggereert. Hier is een kunstenaar aan het werk die zichzelf dirigeert in een logica die neigt naar hogere wiskunde, maar hiermee desalniettemin uitdrukt wat met geen wetenschap te detecteren valt.

 

Zoals eeuwenoude grotschilderingen en ingekerfde stenen die wij nu niet meer kunnen lezen, die onuitgesproken verhalen ademen, zo wil Leen Vandierendonck dat we haar werk ervaren. Een codering die inpikt op het collectieve geheugen, via een taal die we via het verstand niet kunnen ontcijferen, maar willens nillens een imprint nalaat – een intuïtief begrijpen der dingen. Gedeelde geschiedenis en verwante sferen opvangen, louter door ontvankelijk te zijn. De bedekte patronen die ons verbinden, maar waaruit we ons ook weer kunnen loswrikken. Leen Vandierendonck presenteert een praktijk die zich op intrigerende wijze beweegt in het spanningsveld tussen regelmaat en levendigheid.

Singelingen rond het ontastbare

 

 Chris Straetling - 2018

voor Gruzebureau

 

Het was weer met veel plezier op ontdekking te gaan in het [by’ro] te Oudenaarde – intussen een welbekende plek die toch weer zijn aantrekkingskracht uitoefent: een referentie naar de vorige tentoonstelling die dan op de achtervolgende invloed heeft: zoals in het leven zijn de dingen, ook zonder gekend te zijn, verbonden... De creatieve geest help bij een benadering die niet altijd rekenkundig te identificeren is...

Zo ongeveer zie ik het werk van Leen Vandierendonck... Vertrekkend van wetenschappelijke modellen, zet ze deze gelijktijdig op een helling in een bad van donker materie... netjes uitgewerkte twijfel, scherp afgelijnd tegen het onkenbare, veronderstelde, aangevoelde... zwevend in een bodemloos universum verankerd aan schoolbank of ezel.

Al bij de eerste insteek komt ‘vanalles’ boven – toeval wellicht had mij recentelijk in teksten en referenties van ene Amalia Pica laten verdiepen die vertrekt uit het feit dat de verzamelingenleer in de tijd van de Argentijnse Junta verboden was... wat zij dan juist als aantrekkelijk vertrekpunt gebruikte... Ook hier staat de verzamelingenleer in de vorm van een ‘carnet d’étude’ vooraan de reis in het ongewisse... De gedachten worden herhaaldelijk opengeklapt: al beneden alvorens het stijgen van de trap zijn er ruimtelijke modellen te zien: fiches donkerheid en modeldoos met variabele plooivorm: onze gedachten zijn eerder variabel, ook al proberen wij deze in schema en ordening vaste plaatsen te geven. Maar onze plaatsen zijn niet vast, laat staan geordend. 

 

Ook was ik aangenaam ons oude bekende Kelvin en Poincaré terug te vinden – ooit speelde ik met des vierkantig-puntens ideeën in de ruimte niet ver de Schelde op in Doornik... Kelvin’s ‘donkere lichamen’ werden bij hem “matière obscure” en daarmee mysterieuzer... Hier ook is die vertegenwoordiging een glansloze charbonnage-verf, een donkerte die het oog inzuigt en niet meer lost. Op verschillende manieren komt het in vlakken en ruimten, interieur van geëxplodeerde dozen, systematisch als alfabet opgerijd, of een falanx frietbakken, bodemloos verankerd... alweer, en boven de deur als icoon wijzend naar... hemel, heelal, wie zou het weten.

Deze verschijningen zetten zich af tegen de wederkerende vlakken met welke de vermeende ruimten worden gedeeld: zij zijn object en subject van onze onderzoekingen in klaslokaal, bureau, atelier & laboratorium... zij verwisselen zich met andere materialen die congruent worden uitgesneden en vervangen, ze houden de tussenruimte vast, tussen verdiepingen en perspectieven, explosies, extrapolaties en golvende zeeën van herhaaldelijk lege vlakken... of niet? Goud-schimmerende reflecties van uitgespaarde posities hangen als ‘gegenstandslos’ in de kleur, aardige aardekleur die net als het diep oeverloos zwart herhaaldelijk opduikt en die wel een relatie heeft met de menselijke gestalte... Wittgenstein komt even om (in) de hoek kijken, wat helpt bij het zoeken naar een uitgang van deze filosofische fles... maar uit de doos kruipen moeten wij zelf... 

Leen Vandierendonk geeft ons juist genoeg informatie en vergelijkingen om zelf conclusies te trekken zonder dat deze elkaar vernietigen – mutually applicable. Het was Zwicky die ontdekte dat de spiraalbeweging van de sterrenstelsels sneller waren dan verwacht en dat er meer donkere materie moest zijn dan verlichte... Zo ook wij, in onze maalstroom van onwetendheid, maar toch in staat terug naar de parkeerplaats en de autosleutels te vinden... ook al waren wij heel eventjes weg van dit alles in een eigen universum.

Knap. 

Singelingen

 

Philippe Braem - 2018

voor By'ro & KABK Oudenaarde

 

Voor haar eerste solotentoonstelling koos Lvd (1971, Torhout) de titel ‘Singelingen’. Dit neologisme met muzikale inslag is geinspireerd door de presentatie van Jef Lambrecht Bureaunautica. In een van de teksten die in  de voorbije presentatie in [by’ro] getoond werd, bedacht JL het woord Singeling, mogelijks verwijzend naar de Dada poezie van de Antwerpse dichter Paul Van Ostayen. Met zijn herhalingen (ingen) en zijn speelse klanken ( ing... ing) en het begrip singel ( dat wijst op een omcirkelende beweging) is het ook een perfecte metafoor voor Lvd’s oeuvre. Het geruite patroon van vorige werken; dat wegens zijn wetenschappelijke waarde als oudste geometrisch model werd gehanteerd, niet omwille van zijn huiselijkheid of decoratieve waarde, is geleidelijk naar de achtergrond verdwenen. De zoektocht naar de ideale structuur blijft.
In haar tekeningen  collages, schilderijen (op papier) en objecten ordent en structureert Lvdd aan de hand van vlakken en verzamelingen haar eigen beeldende wereld .Iets wat ze zelf omschrijft als  wiskunde. De doos, hier archetype van in elkaar klappende vlakken die een 3 dimensioneel beeld creeeren, wordt door haar opnieuw in zijn onplooide staat teruggebracht, ahw ontvouwt en van zijn vorm losgekoppeld en in verschillende constellaties, formaten en materialen uitgewerkt en in de ruimte op gehangen. “Door de functionaliteit weg te nemen van een object keer je terug naar mogelijkheden die de materie waaruit het is gemaakt in zich kan dragen. “dixit de kunstenaar.
Lvdd verwijst hier naar dark matter waarin volgens theoretische fysici 69% van het heelal bestaat uit donkere energie, 26% uit donkere materie en slechts 5% uit atomen. Die 5% vormen de zichtbare wereld. Ze vergelijkt haar eigen beeldende zoektocht met die van de fysici. “Ik zoek, net als zij, naar het tastbaar maken van wat we niet zien, de ideale structuur, de perfecte verzameling in een wereld die een simulatie kan zijn en daardoor in de kern misschien zelf niet tastbaar is.”

Philippe Braem voor By'ro & KABK Oudenaarde, november 2018

Antwerp Art Weekend

 

Claudine Hellweg - 2018

Artistiek directeur Kunst in Huis

 

Voor Leen Vandierendonck vormde nog niet zo lang geleden een persoonlijke herinnering de basis van haar oeuvre, dat zich in een razend tempo ontwikkelt. Het was de herinnering aan het blauw-wit geruite picknick tafelkleed van haar grootmoeder, dat in een droombeeld rond een kerktoren zweefde. Het tafelkleed werd een archetype in haar werk, een basisvorm die geleidelijk evolueert tot vlakken en structuren in een groeiend kleurenpallet, in uiteenlopende materialen en in een uitdijende ruimte.

 

In haar eerste tekeningen gaf Leen het blauw geruite tafelkleed een rechthoekige vorm. Een vorm alsof een laken over een tafel was geworpen waar de poten onder vandaan waren gezaagd. De tafellakens lijken te zweven, in kleine groepen die zich volgens een onbekende logica samenvoegen. Zoiets als een vlucht ganzen die zich groepeert en hergroepeert in de lucht, op weg van noord naar zuid of andersom.

Het geruite patroon is niet gerelateerd aan huiselijke gezelligheid of gewaardeerd om zijn decoratieve waarde, maar vormt eerder een verbintenis naar de wetenschap. Het is één van de oudste geometrische patronen die de mens heeft voortgebracht, getuige een met ruitjes ingekerfde oker steen die in de Blombos Cave in Zuid-Afrika werd gevonden. De steen wordt gezien als bewijs van de cognitieve complexiteit die 70.000 tot 100.000 jaar voor onze jaartelling al ontstond. Het doet aan wiskunde denken, aan een poging om een structuur te vinden waar het leven/de wereld op is gebaseerd.

 

Het zoeken naar een ideale structuur is ook wat Leen motiveert in dit beeldende werk. Haar tekeningen en schilderijen zijn een soort intuïtieve wiskunde, gebaseerd op verzamelingen en vlakken die ze in een 2-dimensionaal perspectief geordent. De vlakken zijn meestal geruit of gekleurd. Die kleur raakt aan het onbewuste, het intuïtieve en werkt in op de emotie, verdiept de poging tot ordening en verbindt met het collectief bewustzijn.

De werken ontstaan in reeksen en worden verzamelingen rondom één bepaald uitgangspunt in materiaalgebruik, plaatsing in de ruimte en compositie. Leen nummert ze minutieus, als om ze te archiveren. Zo worden de werken weer deel van de grotere structuur van het oeuvre.

 

Het meest recente werk refereert onder andere aan ‘dark matter’. Volgens theoretische fysici die onderzoek doen naar ‘dark matter’ en extra dimensies, zou 69% van het heelal bestaan uit donkere energie, 26% uit donkere materie en slechts 5% uit atomen. Die 5% vormen de zichtbare wereld. Leen vergelijkt haar beeldende zoektocht met die van de fysici. “Ik zoek, net als zij, naar het tastbaar maken van wat we niet zien, de ideale structuur, de perfecte verzameling in een wereld die een simulatie kan zijn en daardoor in de kern misschien zelf niet tastbaar is.”

 

Leen Vandierendonck (BE, 1971) woont en werkt in Maarkedal. Opgeleid tot interieurarchitecte aan Sint-Lucas in Gent, besloot ze in 2014 het roer om te gooien en leerde zichzelf schilderen. Sinds 2016 is haar werk te zien in groepstentoonstellingen.​

Despite the uniform

Olivier Lenaerts - 2015

Louise Dehem prijs

In de 8ste editie van de Nationale Prijs voor de Schilderkust – Louise Dehem – georganiseerd door de stad Ieper namen werden enkele coherente en indrukwekkende kunstwerken ingezonden. Bram Terryn (1981) kaapte de hoofdprijs weg. Toegegeven, mijn woordkeuze is ingegeven op basis van de catalogus die me werd toegezonden. Op geen enkele manier wil ik afbreuk doen aan de keuze van de jury. Meer zelfs, uit de woorden van de jury blijkt dat zijn werk dat textuur en concept (monochroom) hand in hand gaan. Maar toch, beste jury, vrees ik dat we van mening verschillen. Daarom wil ik een kunstwerk van Leen Vandierendonck in de verf zetten. Zij kreeg een eervolle vermelding. Ze lijkt te werken als fotograaf zonder camera. De paspoort-achtige foto’s lijken min of meer geplakt te zijn op een sensitief en juist gekozen achtergrond. Het resultaat is dat er een nieuw verhaal ontstaat. De lichte, platte en verwaterde vlakken die gebruikt zijn, hebben een moreel effect dat al even vreemd, verwaterd en modern aandoet. De titel bevat een indicatie voor dat effect. Een kunstcriticus zou zeggen dat het werk blijk geeft van een soort pantheïsme waarbij een hoofd niet meer waarde heeft dan uniformen of, beter, ondanks de uniformen. Pantheïsme, onpersoonlijkheid en onverschilligheid vertellen de figuren maar door de compositie krijgt de triptiek een nieuwe dimensie: iets kwetsbaars en intiems. Het werk is zo ook een appreciatie voor de kracht van omvorming.

 

Oliver Lenaerts, oktober 2015​

De weg naar het loslaten

 

Liesbeth Langouche - 2015

Atelierbezoek

Duisternis en humor

 

In haar heldere en ruime atelier, uitkijkend over weidse velden en beboste heuvels, tonen de muren wat Leen Vandierendonck wérkelijk inspireert. Het natuurschoon en de lichtheid houden halt aan het vensterglas. Vrolijkheid is niet bepaald het woord dat je te binnen springt bij het bekijken van de geschilderde wereld hier. En de combinatie van oker, paars, lichtblauw en zwart versterkt het verontrustende van de beelden. Deze zijn stuk voor stuk bevolkt door menselijke figuren. Maar wat meer is: nimmer bevinden ze zich in een benijdenswaardige positie. Bij het huilende kind (‘Empty’) of de geknielde man die op zijn executie wacht (‘Fruitless thou wilt not kneel’) spreekt dit voor zich. Bij andere personages zit de wrangheid meer verborgen. Zo ondergaat de vrouw op ‘Happy days’ eigenlijk een kankerbehandeling en zijn de schijnbaar vredig slapende kinderen op ‘Daddy was wrong’ de vergiftigde kroost van Goebbels.

“Mensen geven me vaak de opmerking dat mijn werk confronterend en zwaar is. Maar dit is het verhaal dat ik wil vertellen. Het is dan ook een reflectie van wat er rondom ons gebeurt, de harde realiteit. In gruwelijke beelden word je als mens geraakt in je onmacht. En toch zie ik dit niet als louter negatief. Het inzien van de gruwel draagt de kiem van hoop en schoonheid in zich.”

Een sprankeltje lichtheid zit eveneens vervat in de titels. Daarin zit een subtiele, ofschoon duistere humor. Steevast zijn die in het Engels. “Dat komt eigenlijk automatisch. Als ik de titel in het Nederlands zet, heb ik het gevoel dat er nog teveel van mezelf in zit, terwijl ik het net ‘objectiever’, wereldser wil krijgen.” 

 

 

Durven loslaten

 

Dit loslaten, niet enkel van zichzelf, maar evengoed van de geijkte technieken en regels, is een rode draad in het oeuvre van Leen. Ook wat de drager betreft, wijkt ze graag af van het gangbare. Opengevouwen verpakkingsdozen, frietdozen, oude boeken tot zelfs kroonkurken fungeren – en inspireren! – even goed als paneel of doek. Voor een van haar jongste projecten (‘Mankind’) schildert ze historische figuren en nobele onbekenden  op kartonnen eetschaaltjes. Afgebeeld op objecten van onze wegwerpcultuur vormen ze een moderne soort vanitas of danse macabre: beroemdheid of zwerver, uiteindelijk is iedereen eindig.

Maar allereerst wordt het onderwerp bepaald door een beeld – een zelfgemaakte of op het internet gevonden foto – dat Leen op één of andere manier aangrijpt. “Dat kan een interessante contrastwaarde of perspectief zijn, een blik of een bepaalde interactie tussen twee personen, waarbij de dualiteit tussen superioriteit en het ondergeschikt zijn vaak weerkeert.” Vandaar dat het militaire, oorlogssituaties, maar ook de medische wereld veelvuldig aanwezig zijn. “De onderliggende boodschap die ik daarbij wil meegeven, is dat je autoriteit in vraag moet durven stellen, dat je je vertrouwen niet altijd in uniformen moet leggen.” Hoewel een scène als ‘Fruitless thou willt not kneel’ erg actueel lijkt – de onthoofdingen van IS zijn niet veraf – dateert de originele foto uit WOII. Drie geportretteerde mannen elders (‘Despite the uniform’) blijken 19e-eeuwse officieren te zijn, door Leen ontdaan van hun uniform en accessoires. “Mijn eigen foto’s buiten beschouwing gelaten, dateert de jongste foto die ik tot nu toe heb gebruikt uit de jaren ’70. Als ik recente beelden zou gebruiken, zijn die meer gekoppeld aan wat nu gebeurt en is dat enger. Oudere beelden staan los van de huidige maatschappij en de huidige gevoelens.” Desalniettemin zijn ze nooit gedateerd. Door te kiezen voor tijdloze beelden en al te herkenbare oriëntatiepunten – zoals de officierskostuums – te laten verdwijnen, worden de beelden vrijgemaakt van hun context. “Ik wil dat de kijker alle vrijheid behoudt qua interpretatie, dat hij niet in een bepaalde richting wordt geduwd. Dit is ook de reden waarom mijn personages geen uitgesproken emoties tonen, hoewel hun blikken vaak geladen zijn.”

 

 

Exploratie van de vrijheid

 

Een laatste aspect waarin Leen de grenzen van de vrijheid exploreert, is het perspectief. “Ik ben steeds bezig met de vraag hoe ik datgene wat mij in foto’s aantrekt nog kan versterken. Als middel daarvoor gebruik ik de vervorming, zet ik de dingen schuin. Net als bij alles wat ik doe, vind ik het boeiend om bestaande dingen geheel naar mijn hand te zetten. Door het vervormen breng ik het tweedimensionale en het driedimensionale als het ware op één niveau. Als je iets natuurgetrouw schildert, wek je de illusie dat je een driedimensionale wereld voorschotelt. De verschuiving heft dat op en maakt het grafisch. Maar bij de werken waarvan ik het meest tevreden ben, voelt het eigenlijk opnieuw naturel aan en wordt die vervorming overstegen.”

 

Zo ongebonden Leen in haar schilderwerk wil zijn, zo gestructureerd is ze in haar videowerk, een kunstvorm die ze recent ontdekte. “Terwijl ik in mijn schilderijen spontaan ben, soms tegen het slordige aan, houd ik enorm van het strakke in de video’s. Eenzelfde filmpje maak ik tot 15 keer toe, want het moet juist zijn, en niet enkel in de bewegingen. Ook elk object is rigoureus uitgezocht.” Een ideaal voorbeeld is een filmpje als ‘I have great skills’, waarin ze met haar witte handschoenen – als van een croupier – iedereen – maar toch vooral zichzelf? – van haar kunnen wil overtuigen. Ironie en (zelf)relativering zijn haar niet vreemd.

 

Het is pas sinds 2011 dat Leen zich opnieuw intensief op het schilderen is gaan toeleggen. Haar video’s zijn een nieuwe liefde, en daartussen zijn er ook de tekeningen, objecten en collages. Leen pint zich in geen geval op één ding vast, maar zoekt steeds verder naar ‘haar’ weg. En dat is een weg die in geen geval reeds al zijn geheimen heeft prijsgegeven…